Werkgeluk wordt vaak neergezet als iets lichts en vrolijks. Alsof het betekent dat je elke dag met een glimlach naar je werk gaat en nergens last van hebt. Dat beeld klopt niet. Niemand is altijd gelukkig. En dat hoeft ook niet. Ook niet op je werk.
Veerkracht als basis
Werkgeluk gaat voor mij niet over het vermijden van vervelende gevoelens, gedachten of moeilijke dagen, maar over hoe je ermee omgaat. Dat vraagt om veerkracht: het vermogen om terug te veren, te herstellen en koers te houden, ook als het tegenzit. Veerkracht is niet het koste wat kost willen voorkomen van problemen, maar het leren omgaan met alles wat er is.
De rol van psychologische flexibiliteit
In Acceptance and Commitment Therapy (ACT) wordt veerkracht vertaald naar psychologische flexibiliteit. Het model van de hexaflex laat zien welke vaardigheden daarbij horen:
- ruimte maken voor lastige gevoelens in plaats van ze weg te drukken
- afstand nemen van gedachten die je vastzetten
- aandacht hebben voor het hier en nu
- jezelf niet reduceren tot één verhaal of rol
- helder hebben wat voor jou belangrijk is (waarden)
- ondanks obstakels blijven handelen in lijn met die waarden
Het gaat dus niet om altijd gelukkig zijn, maar om flexibel met jezelf en je omstandigheden omgaan.
Duurzaam werkgeluk
Echt werkgeluk ontstaat wanneer je, óók op lastige dagen, verbonden blijft met wat voor jou belangrijk is. Het gaat minder om een constante staat van plezier en meer om betekenis, autonomie en verbinding ervaren in wisselende omstandigheden.
Tot slot
Misschien is de belangrijkste vraag over werkgeluk niet: ben ik gelukkig op mijn werk?
Maar: hoe ga ik om met de dagen dat ik het niet ben?
Zin in een goed gesprek?
Dan kunnen we samen ontdekken hoe het vergroten jouw psychologische flexibiliteit kan bijdragen aan je werkgeluk.